Backpacken Maleisië: Alles wat je wilt weten over de ideale backpack route door Maleisië

Tips voor backpacken in Maleisië

Maleisië wordt vaak overgeslagen door reizigers die voor de eerste keer door Zuidoost-Azië gaan backpacken. 
Wij wilden op onze backpack route door Zuidoost-Azië niet alleen de populaire bestemmingen bezoeken, maar ook zien wat dit continent nog meer te bieden heeft. 
We delen hier onze ideale backpack route door Maleisië met jou! 
 
In Maleisië kom je verschillende culturen tegen. Er leven hier namelijk Maleizen, Chinezen en Indiërs door elkaar. 
Maleisië bestaat uit twee schiereilanden: Malakka en Borneo. Wij hebben tijdens onze backpackreis door Maleisië het schiereiland Malakka bezocht.

 

Kuala Lumpur

We begonnen onze backpack route door Maleisië op het vliegveld in Kuala Lumpur. Bij aankomst op het vliegveld in Kuala Lumpur stonden we, net zoals op het vliegveld in Jakarta in Indonesië in de rij wachten voor de stempel in ons paspoort. 
Ook voor Maleisië hoef je om door het land te mogen backpacken geen toeristen visum aan te vragen. Met de stempel in je paspoort mag je tot 90 dagen in het land verblijven. 
Vanaf het vliegveld in namen we meteen de bus naar Malakka. We vonden de informatie op het vliegveld hier georganiseerd en duidelijk aangegeven. 
 
De eigenaar van het backpackers hostel dat we hadden geboekt stuurde ons van te voren al een routebeschrijving van het bus station naar het hostel, inclusief foto’s. Handig! 
 

Malakka

Aangekomen in Malakka hadden we trek, dus we besloten meteen wandelend op zoek te gaan naar een eettentje. We kwamen uit bij een plek die vol zat met Maleisische families. We kregen meteen hulp met de menukaart aangeboden, maar we gingen toch nog even veilig voor nasi goreng (gebakken rijst). 
Toen we wilden afrekenen bleek dat dit al voor ons gedaan was, we zijn er nooit achter gekomen door wie. Waarschijnlijk zagen we er uit als arme backpackers ;). 
Met een vertrouwd gevoel begonnen we ons backpack avontuur in Maleisië.

 
In het centrum van Melakka staan overal historische gebouwen met Nederlandse invloeden. Veel toeristen maken een dagtrip naar de stad, maar wij wilden even een paar dagen op één plek blijven.  
De stad is ’s avonds mooi verlicht, dus we besloten een boot tocht te doen door de grachten. 
Na de boot tocht kregen we trek en kwamen we terecht bij een ijssalon waar ze schaafijs verkochten. Dit hadden we nog nooit geproefd en we gingen voor de optie snow ice. Het ijs bestond eigenlijk uit ijsblokjes met suiker. Wij vonden dat er weinig smaak aan het ijs zat.


Penang

We vervolgden onze backpack route door Maleisië richting het eiland Penang. Na zes uur in de bus en een stukje met de ferry vanaf Butterworth, kwamen we aan in Georgetown, de hoofdstad van Penang. 
Aangekomen op het eiland namen we vanaf de ferry de gratis bus naar ons hostel, een tip die we al hadden gekregen van de Indiase eigenaar van het hostel waar we hadden geboekt. 
De eigenaar van het hostel stond ons zwaaiend op te wachten. Hij gaf ons een hoop tips wat we konden doen op het eiland.  
Volgens die man is het vooral s avonds levendig op Penang. Wellicht omdat je op het eiland geen belasting hoeft te betalen, dus de alcohol hier een stuk goedkoper is dan in de rest van Maleisië. 
 
De eerste avond zijn we, op advies van de Indiër, bij Red Garden gaan eten. 
De Red Garden is eigenlijk een plein met heel veel eetkramen bij elkaar. Elke kraam heeft een ander aanbod aan eten. In het midden stonden overal plastic stoelen en tafels.  
Wij lopen op zo’n markt meestal eerst een rondje om te kijken om te kijken wat er zoal aangeboden wordt, tenzij we trek hebben ha ha. 
Toen we ons eten hadden gingen we aan één van de plastic tafels zitten. Er trad een bandje op, wat voor een gezellige sfeer zorgde. 
Als toetje haalden we bij een kraampje in het centrum vers kokosijs met jelly, maïs en pinda’s, Dit beviel ons een stuk beter dan het schaafijs!


Ons eerste ontbijt in Georgetown was Indiaas: roti 
bakar en roti canai. Weer op aanraden van de Indiër natuurlijk. 
Roti bakar is gegrilde toast met boter, die je doopt in suiker en een eimengsel met peper. De zoete roti variant. Roti canai is een pannenkoek met curry, lekker pittig op de nuchtere maag. 
Tip van ons: Wanneer je bij een Indiaas tentje thee besteld, krijg je dit eigenlijk altijd met melk geserveerd. Als je hier niet van houd, geef het dan duidelijk aan wanneer je besteld, om een misverstand te voorkomen. 
 
Die dag huurden we fietsen om Georgetown te verkennen. Je kunt ook een scooter huren maar door het regenachtige weer en de daardoor gladde wegen door de bergen durfden we dat niet te doen. 
Onderweg kwamen we langs de Clan Jetties, dit is een klein Chinees dorp met huizen op palen in het water. 
Vervolgens dronken we wat bij een Chinees tentje, iets met thee, gecondenseerde melk en jelly. 
In Maleisië kwamen we combinaties tegen die nieuw voor ons waren! 
 
Vervolgens fietsen we door naar Little India, waar ze toen precies feest aan het vieren waren. Ze vierden Deepavali. Dit festival duurt ongeveer één week en wordt gevierd met onder andere muziek, gekleurde lantaarns en vuurwerk. Ook zagen we veel Indiërs in traditionele kleding.  
Extra tip: zoek eens op of er feestdagen gevierd worden tijdens jouw bezoek aan Maleisië of een ander land en dompel je onder in een andere cultuur. 
 
Op de weg terug naar het hostel stopten we bij de bekende street art in het centrum van Georgetown. De street art staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst en is zeker een bezoek waard.  
Streetart Penang
Die avond bezochten we Three Sixty, één van de vele sky bars op Penang. 
We betaalden hier geen entree, maar er werd wel verwacht dat we iets te drinken bestelden. Onder het genot van een cocktail hadden we een prachtig uitzicht over de stad. 
De prijzen van de cocktails waren overigens even hoog als onze gemiddelde overnachting, maar soms hebben we behoefte aan een beetje luxe!  

Extra tip: Houd er als backpacker rekening mee, dat er vaak kledingvoorschriften gelden om een sky bar te mogen betreden, zoals bedekte knieën en dichte schoenen. 
 
De volgende dag gingen we met de lokale bus naar Penang Hill. Je kunt deze steile(!) berg beklimmen, maar wij kozen er voor om met de tram omhoog te gaan. Na nog geen vijf minuten sta je bovenop de berg. Hier hadden we een prachtig uitzicht over het eiland. 
 
Vervolgens pakten we de lokale bus naar het Chinese tempelcomplex Kek Lok Si. Dit is een groot complex dat zo’n zeven kilometer van de stad ligt, vlakbij Penang Hill. 
Wij vonden het indrukwekkend om de authentieke bouwwerken van onder andere pagodes, standbeelden en tempels te bekijken. Je hebt vanaf hier ook uitzicht op de stad Georgetown. 
Als het donker is, wordt de tempel prachtig verlicht. 
Extra tip: Wil je niet in de rij staan om naar binnen te gaan, bezoek het complex dan ’s morgens vroeg. 
 
Onze laatste dag op Penang spendeerden we in het Upside Down museum, omdat het nog steeds regende. Het is leuk om hier gekke foto’s te maken, maar achteraf vonden we het niet perse een must do tijdens het backpacken door Maleisië. 
 

Langkawi

Meestal kiezen we tijdens het backpacken voor het budget vervoer, maar omdat we hadden gehoord dat veel mensen zeeziek worden tijdens de boot tocht van Penang naar Langkawi, kozen we voor het vliegtuig. De vlucht duurde maar een halfuur. 
Extra tip van ons: Op het vliegveld kochten we een ticket voor de taxi, waardoor de chauffeur ons niet te veel kon laten betalen.  
 
Wij verbleven op ongeveer een kilometer bij de stad vandaan, maar wij vinden het op reis dan ook heerlijk om wandelend een nieuwe plek te verkennen. 
In de periode dat we wij Langkawi bezochten was het laagseizoen dus heel rustig op het eiland. In het toeristische centrum Pantai Cenang waren genoeg eettentjes en lokale winkeltjes te vinden.  
 
De volgende dag huurden we een scooter om het eiland te verkennen. Cantai Cenang en Kua zijn eigenlijk de enige dorpjes op het eiland. 
Onderweg naar onze eerste stop zagen we af en toe wat huizen en een eetstalletje. Verder zagen we vooral jungle en rijstvelden om ons heen en zaten er veel wilde aapjes langs de weg. 
 
Onze eerste stop was bij de Ayer Hangat Hot Springs. We dachten dat deze heetwater bronnen door mensen zijn aangelegd, maar toch waren het echte hete bronnen, waar van één zout- en één algenbad. 
Vanaf de heetwaterbronnen zijn we verder gereden naar de Temurun waterval. 
Via een steil pad naast de waterval liepen we omhoog. Overal om ons heen zagen we nog ongerepte natuur. Als het temperaturen het toelaten kun je hier afkoelen in het water. 


Tijdens een van de avonden dat we op Langkawi waren bezochten we een wekelijkse nachtmarkt. Er stonden kramen met eten, drinken, en kleding. 
Als je gaat backpacken op Langkawi, kun je bij je accommodatie navragen waar en op welke dagen er (nacht) markten worden gehouden.  
 
De volgende dag reden we met de scooter naar een bekende attractie, SkyCab. 
Dit is een kabelbaan die hoog in de bergen hangt en waar vandaan we een prachtig uitzicht hadden over het eiland. Onderweg naar boven mag je er even uit zodat je daar even rustig van het uitzicht kunt genieten. 
Daarna gaat de kabelbaan nog een stukje verder omhoog, waar vandaan je met helder weer Thailand kunt zien liggen. 
Als je hoogtevrees hebt of wanneer het slecht weer is, raden we SkyCab niet aan.  
 
Vanaf de kabelbaan attractie reden we verder naar de Seven Wells waterval. 
We zijn hier helemaal naar boven gelopen, wat best pittig was. Sommige mensen bleven aan de voet van de waterval, maar hier was het veel drukker dan bij de top. 
Na meer dan 600 treden kwamen we boven en bleek de klim echt de moeite waard. 
Er waren een paar locals die de waterval als glijbaan gebruikten en na even observeren waagden wij ons er ook aan. Zo’n toffe ervaring was dat! 


Op Langkawi zagen we voor de eerste keer tijdens onze backpack reis een kraam waar op een plaat ijs werd gerold. Het ijs bestaat uit melk met een fruitsmaak. 
De verkoper maakte met zijn spatels heel snel rolletjes ijs en overhandigde ons dit in een bakje. Heel lekker! 
 

Kuala Lumpur #1 

Aangekomen op het vliegveld kochten we een busticket naar het station Sentral (+/- 1 uur) om vanaf daar een Uber te nemen naar Raizzys Guesthouse. 
In de eerste instantie wilden we de Monorail nemen, maar deze was vertraagd en vonden we op dat moment iets te druk om met onze bagage in te gaan. 
De taxi chauffeur gaf ons de tip om de Petronas Twin Towers vanaf het park voor de torens te bekijken in plaats van een prijzig entreeticket te kopen om op de 46e verdieping te mogen staan. 
 
We verbleven in de drukke wijk Bukit Bintang, maar ver genoeg van de straat met alle barretjes die ’s nachts voor geluidsoverlast kunnen zorgen. 
In Bukit Bintang ligt ook de brede straat Jalan Alorpopulair bij backpackers. Er was ons verteld dat er hier veel street food kramen zouden staanDaar houden wij wel van! 
Er bleken meer restaurants te zitten dan street food kraampjes en bij elk restaurant probeerden ze ons naar binnen te halen. Wij vonden dit heel opdringerig, daar houden we niet van. Ook de prijzen lagen hier hoger dan we hadden verwacht. 
 
We besloten naar Chinatown te wandelen, wat hier echt een dorp in een stad bleek te zijn. Op Petaling Street in Chinatown staat een grote markt waar allerlei goedkope spullen worden verkocht. 
Vervolgens liepen we naar de Central Market, die ook in Chinatown ligt. Dit is een grote overdekte markt, die tegelijkertijd ook een toeristische attractie is. 
Bij Central Market kun je verse lokale producten kopen, maar ook als je tijdens het backpacken op zoek bent naar mooie souvenirs kun je hier goed terecht. Daarnaast is er ook nog een gedeelte waar je wat kunt eten. De Central Market is trouwens ook nog eens prachtig om te zien!

We sloten de dag af bij de Petronas Twin Towers. Onderweg liepen we door een armoedige wijk. 
Het viel ons op dat de verschillen tussen arm en rijk hier groot zijn: Gebouwen die op instorten staan en daklozen op straat tegenover moderne kantoorpanden en winkelcentra. 
 
Overal in Maleisië zijn er grote winkelcentra, waar de airco’s op volle toeren staan. Als backpackers voelden we ons niet echt thuis tussen chique geklede mensen en de dure winkels. 
We bezochten deze grote centra dan ook niet om te winkelen, maar voor de grote food courts die je in elk winkelcentrum kunt vinden. 
Zofood court is eigenlijk een overdekte markt met eetkramen waar je redelijk goed en betaalbaar kunt eten en drinken. 
Ook zijn we een keer in een winkelcentrum naar de bioscoop gegaan, waar we bijna verdwaald waren, zo groot was het daar.  
 
In Chinatown hebben we de volgende dag een tour naar het oudste regenwoud van de wereld geboekt, Taman Negara. Voor deze backpack reis stond het bezoeken van het oudste regenwoud van de wereld op onze verlanglijst. 
We boekten een pakket inclusief het vervoer van- en terug naar Kuala Lumpur, de boot vanaf het nabij gelegen dorp naar het regenwoud, een budget accommodatie voor twee nachten, de activiteiten en de maaltijden. 
We hadden eerst het plan om hier zelf met de bus en de trein heen te gaan en het hotel en de activiteiten ter plekke te boeken, maar dit leek ons toch wel te veel regelen. 
Deze trip was een hap uit ons budget, maar achteraf bleek dat het ons geld dubbel en dwars waard was. 
 
Nadat we de trip naar Taman Negara hadden geregeld, liepen we naar Little India om wat te gaan eten. We gaven in de introductie van deze blog al aan dat Maleisië zo multicultureel is, toch!? 
 
De volgende dag besloten we vanaf het station Sentral met de trein naar de Batu Caves te gaan. Dit zijn grotten met Hindoestaanse tempels. Om boven te komen moet je een steile trap van bijna 300 treden beklimmen, waar brutale wilde aapjes je opwachten. 
Er werden vuurpijlen afgeschoten om de aapjes weg te jagen, dat vonden wij zielig. 
Bovenaan de trap kregen we allebei een emmer om die bij de bouwplaats te brengen waar ze met onderhoud van de grot bezig waren.  
 
Bij terugkomst in Kuala Lumpur zijn we met zonsondergang naar het Heliplatform gelopen, dat ’s avonds wordt omgetoverd tot een bar. 
Veel backpackers bezoeken deze plek, tot merkbare ergernis van de kantoormensen waarmee we in de lift stonden, die in het gebouw werken.  
Vanaf de 34e verdieping hadden we een prachtig uitzicht over de stad. 
 

Taman Negarahet oudste regenwoud ter wereld 

Voordat we Kuala Lumpur tijdelijk gingen verlaten, genoten we nog van een Indiaas ontbijt met tosei. Dit is een mix van rijst, een soort linzen en water waar deeg van wordt gemaakt. Het kan op verschillende manieren geserveerd worden, bijvoorbeeld met een vulling van aardappelen, curry of ei. 


Na een lange boot tocht kwamen we aan iTaman Negara. Onderweg naar het dorp waar we zouden verblijven zagen we onder andere waterbuffels langs de rivier. 
We verbleven in het dorp Kuala Tembeling, aan de overkant van het beschermde nationale park. 
Op de eerste avond gingen we samen met een gids en een paar andere reizigers op pad in de jungle. We dachten voorafgaand aan de jungle tocht dat we midden door de dichte jungle zouden gaan lopen, maar er was gewoon een aangelegd pad over een steiger. 
We hebben tijdens de wandeling een slang, een bijzondere vogelsoort, een schorpioen, spinnen en allerlei insecten gezien. 
Aan het einde van de tocht werden we meegenomen naar een uitkijkpunt waar je als je geluk hebt tapirs en de civil kat spotten, maar wij hebben hier helaas niks gezien. 
 
De volgende morgen moest Franklin met een boot taxi naar de overkant om daar een licentie op te halen om foto’s te mogen maken in het National Park. 
Met dezelfde gids als de avond ervoor, gingen we het National Park Taman Negara in. Eerst kregen we uitleg over de boom- en diersoorten in het regenwoud. Vervolgens liepen we via een pad richting een uitzichtpunt. Het was best wel een zware tocht, maar bij het uitzicht bovenaan de jungle waren we dit bij wijze van alweer vergeten. 
We vervolgden onze weg naar de Canopy Walk. Dit is een netwerk van bruggen die door de bomen met elkaar verbonden zijn. 
Deze Canopy Walk is 400 meter lang, de langste ter wereld! 
Wij vonden de meerdaagse trip naar Taman Negara één van de hoogtepunten tijdens het backpacken door Zuidoost-Azië. 


Nadat we over de Canopy Walk mochten lopen, stond Rapid Shooting op de planning. Voordat we hier aan begonnen werd er alleen aan ons verteld dat we slippers en een zwemvest aan moesten omdat we nat zouden worden, maar wij hadden geen idee wat Rapid Shooting inhield. 
In een bootje vaarden we door de stromingen van het water dat van alle kanten over ons heen kwam. 
Wij vonden het niet het hoogtepunt van de dag, maar wel leuk om een keer te doen. 
 
Dezelfde dag zijn we ook nog langs een stam gegaan, de Orang Asil. 
Onze gids vertelde over het leven van deze stam, diep in de jungle. 
De mannen mochten vuur proberen te maken met een pijl en een bananenblad. Later mochten we blazen met de bamboe pijp waarmee er wordt gejaagd. 


Kuala Lumpur #2

De volgende dag bestond vooral uit reizen. We gingen vanuit Taman Negara terug naar Kuala Lumpur. Deze keer verbleven we bij Hotel Amigo midden in het Chinatown van Kuala Lumpur. 
 
Die avond zijn we naar het Detaran Merdeka, het onafhankelijkheidsplein, gelopen, dat vlakbij het hotel is gelegen. 
We liepen een rondje om dit grote plein en keken onze ogen uit naar de mooie gebouwen die er omheen staan. 
Aan het plein staat een van de grootste vlaggenmasten van de wereld. 
 
Kristel wilde weer eens gaan hardlopen, want dit hadden we tijdens het backpacken nog niet gedaan. De volgende dag hadden we om zeven uur de wekker gezet, omdat het rond dat tijstip nog niet zo benauwd en warm is. 
We gingen hardlopen bij het KLCC park. In dit park zie je ook veel locals een rondje hardlopen of een andere sport doen.


Kristel wilde voor ons vertrek uit Maleisië graag nog eens 
durian eten, een vrucht die niet alleen als fruit wordt gegeten, maar waar ze ook ijs, koek en smoothies van maken. Durian wordt ook wel stinkvrucht genoemd en op sommige openbare plekken is het zelfs verboden. We waren de vrucht al vaak tegen gekomen, maar steeds durfden we het niet te proberen. 
Uiteindelijk hebben we met handschoenen aan toch durian gegeten. We vonden het echt niet lekker.  
 
We sloten ons bezoek af bij de dansshow Saturday Nite naast de Central Market. 
De show staat telkens in het teken van een ander geloof 
Toen wij in Kuala Lumpur waren was de show er elke zaterdagavond om zes uur. 
 
Na 3 weken backpacken door Maleisië was het voor ons tijd om onze backpack route te vervolgen naar Thailand te vliegen om daar onze backpack reis te vervolgen.  
 
Als je nog meer tips voor jouw backpackreis naar Maleisië wilt of vragen hebt, laat dan hieronder een reactie achter, stuur ons een bericht via Instagram @wanderlovers.nl of stuur een mail naar info@wanderlovers.nl. 
Wij vinden het heel leuk om met je mee te denken! 
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.